Reactie op het verslag en advies van de informateur

Tijdens de raadsvergadering van 19 april 2018 deed de informateur verslag van zijn werkzaamheden en gaf hij de gemeenteraad een advies over het verdere verloop van de formatie. Er heeft zich een beeld gevormd van het komende college en de partijen en personen die daar deel van gaan uitmaken. Het voorstel is om verder te gaan met Lokaal Belang en CDA. Uiteraard wensen wij diegenen die het aangaat succesvolle onderhandelingen toe, en hopen wij dat er de komende vier jaar met integriteit, wijsheid en inzet wordt bestuurd. Maar we hebben wel de nodige bedenkingen. Ook over de informatieperiode. De hele gang van zaken doet ons denken aan de “mis-formatie” die vier jaar geleden, ook onder leiding van een informateur van Lokaal Belang, tot een valse start leidde. Ook nu ziet het er, vanuit ons perspectief, naar uit, dat de uitkomst die vanavond bekend wordt niet zozeer tijdens de informatieronde tot stand is gekomen, maar al op het netvlies stond voordat de informatie überhaupt begon. Het is tijd om daar namens de VVD een duidelijke en welgemeende reactie op te geven.

Verbijsterd en teleurgesteld

De eerste reactie is er één van verbijstering en teleurstelling. In het duidingsdebat hebben wij immers aangegeven graag met de bestaande coalitie door te gaan en de voorkeur voor een coalitie van minimaal drie partijen uitgesproken. Dat zou het beste voor Oude IJsselstreek en haar inwoners zijn geweest.

Verbijstering, omdat de breuk met Lokaal Belang en het CDA plotseling en onverwacht was. De beide partijen waarmee wij de laatste helft van de vorige raadsperiode nauw en, wat ons betreft goed, hebben samengewerkt, gaan, zonder überhaupt daar ooit één woord met ons over te hebben gewisseld, zonder ons verder.

Wij hebben bij de tussentijdse formatie van eind 2015, toen de liefde tussen Lokaal Belang en CDA overigens een stuk minder was, een duidelijke inbreng gehad, die juist was gericht op het afstand nemen van het voorgaande “gedoe” en het op orde brengen van het gemeentebestuur en de financiën. Daaraan is hard gewerkt, ook door ons. Aan alle afspraken uit het coalitieakkoord hebben we ons gehouden, in de raad stonden we pal voor de wethouders van de coalitiegenoten, ook als die het moeilijk hadden.

Toen paginagroot in de krant afstand werd genomen van de regionale woonvisie en de strenge bouwquota, die wel degelijk onderdeel uitmaakten van de coalitieafspraken, was het niet de VVD die die regionale afspraken schond. Ook wij hadden toen overigens al onze bedenkingen bij een harde bouwstop.

Onze wethouder is loyaal,  collegiaal en heeft zijn portefeuille goed op orde. Laatst nog haalde onze wethouder nog de kolen uit het vuur voor zijn collega’s van Lokaal Belang, toen er een verband was tussen het Ulftse Polenhotel en een voormalige wethouder van Lokaal Belang.

De wijze waarop vervolgens in het laatstelijk gehouden duidingsdebat op kille wijze door zijn naaste collega’s afstand werd genomen van onze wethouder, is niet passend en onverdiend. Jos Sluiter voelt dat als een messteek in de rug en mijn fractie voelt dat met hem mee.

En ja, wij vinden dat ook coalitiefracties, op zijn tijd, hun rol in het duale stelsel mogen pakken, dat de vensters open mogen en niet alles in een coalitieoverleg in achterkamertjes moet worden voorgekookt en dat vanuit de coalitiefracties ambities mogen worden geuit ten aanzien van het beleid en de inzet van de wethouders.

Al met al zien wij geen goede reden om ons zonder enig gesprek aan de kant te schuiven.

Onze teleurstelling betreft dan ook niet alleen het niet kunnen waarmaken van onze eigen ambitie, maar betreft ook de personen die tot voor kort verklaarden de goede samenwerking te willen voortzetten.

Hoezo, gedoe?

Hoe de informateur kan denken dat zijn keuze leidt tot minder “gedoe”, kunnen wij ons niet goed indenken. Wij helpen het hem hopen, dat dit inderdaad het geval is, maar delen zijn conclusie niet.

Onze fractie was vier jaar geleden niet betrokken bij de mis-formatie, waarin anderen hun veto uitspraken over elkaars wethouderskandidaten en de eerste wethouder, met zijn partij erbij, al na enkele dagen het veld ruimde.

De VVD zat niet in het college toen mevrouw Verstand oordeelde dat het in deze gemeente een bestuurlijke janboel was en werd pas na de crisis, als stabiliteitsverhogende factor, bij de collegevorming betrokken.

En ook het “gedoe” dat daarna kwam, komt niet voor rekening van de VVD. Meerdere integriteitkwesties, met soms kwalijke conclusies, zijn aan de orde geweest, maar hadden telkens betrekking op raadsleden van een andere partij. In plaats van een goede zelfreflectie bij die partij, is ook nog een fractievoorzitter, die integriteit bovenaan stelde, vertrokken. Nog meer gedoe, waar de VVD niets mee van doen had.

Diegenen die zich al dit “gedoe” moeten aantrekken, zijn niet diegenen die misstanden melden, maar diegenen die daarvoor zelf verantwoordelijk zijn. Deze personen worden niet door anderen beschadigd en zijn geen slachtoffer, maar beschadigen zichzelf, deze gemeenteraad en eigenlijk het hele gemeentebestuur. En datzelfde geldt voor politici die in een verkiezingsdebat stellen dat er geen integriteitscommissie nodig is, omdat in zo’n geval intern schoon schip wordt gemaakt, en dat vervolgens in de praktijk niet doen.

De inhoudelijke uitdagingen

Over de inhoudelijke uitdagingen van de komende vier jaar hebben wij tijdens het duidingsdebat al het nodige gezegd. Als er een collegeprogramma ligt, zullen we dat naast onze ideeën voor een welvarende en open gemeente leggen. Daarom laten wij het er nu bij door nog eens te zeggen dat morgen niet hetzelfde is als vandaag plus één, en dat er dus niet alleen “goed op de winkel moet worden gepast” maar op een aantal thema’s ook echt goede keuzes moeten worden gemaakt en lef moet worden getoond. Goede plannen krijgen altijd onze steun.

Onze rol: constructieve oppositie

Naar het zich laat aanzien is er voor onze fractie de komende tijd een rol in de oppositie weggelegd. Die rol zullen we met trots en volle inzet vervullen.

We zijn het in zoverre eens met de informateur, dat een sterke oppositie een functie heeft bij het bevorderen van de kwaliteit van het gemeentebestuur.

Wij zullen op constructieve wijze invulling geven aan onze oppositierol en het beleid en de uitvoering daarvan constructief en kritisch volgen. Daarbij zijn wij de adviezen voor de vorige informateurs, de ervaren en erudiete heren Janssen en Dijkstra, niet vergeten.

De kern daarvan was dat alle betrokkenen binnen het gemeentebestuur binnen hun rol in het duale stelsel moeten blijven. Dat geldt nog altijd. In zoverre kan je binnen de oppositie, gebruikmakend van de vele mogelijkheden die je als raadslid hebt, invulling geven aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taak en kan het dualisme tot bloei komen. En dat beloven wij.

De burgemeester op de plek van de vierde wethouder?

De informateur treedt buiten zijn opdracht als hij een pleidooi voert om de burgemeester meer inhoudelijke portefeuilles te geven, die hij “niet politiek” noemt, maar dat volgens ons eens te meer zijn.

De informateur zou niet buiten zijn opdracht moeten treden en ziet het bovendien fout. De discussie over de regionale samenwerking die het afgelopen half jaar werd gevoerd was overduidelijk politiek. Economisch beleid is wellicht zelfs het belangrijkste politieke thema voor de komende jaren.

Het is geen goed idee om de burgemeester, die in het Nederlandse staatsbestel een heel andere, eigenstandige, en vooral neutrale, rol heeft te vervullen, in te zetten als “vierde coalitie-wethouder”.  Dat is zelfs zo, als je zijn bestuurlijke capaciteiten hoger inschat dan menig andere kandidaat-wethouder. Een burgemeester die als onderdeel van een coalitie gaat functioneren, zou een onwenselijke rolvervaging met zich meebrengen welke, indachtig de zo recent door de gemeenteraad omarmde adviezen van Janssen en Dijkstra, onwenselijk is.

Deze gemeente heeft nog altijd een sterke burgemeester nodig, die goed openbaar bestuur waarborgt, de integriteit bewaakt en buiten de politieke discussies staat. Door politieke portefeuilles te accepteren wordt de onafhankelijkheid van de burgemeester aangetast en wordt hij onderdeel van het spel tussen coalitie en oppositie. Dat is onwenselijk en niet in het belang van Oude IJsselstreek en haar inwoners. Wij roepen de burgemeester op om, alvorens hij dit soort portefeuilles aanvaardt, in ieder geval tijdig en vooraf het oordeel van de gemeenteraad te vragen.

Oproep tot het schrijven van een oppositieprogramma

Zeker in een situatie dat deze informateur weinig tot geen fundamentele en onoverbrugbare programmatische verschillen ziet, ligt het voor de hand om ook als oppositie nauwer samen te werken en met respect voor de natuurlijk wel degelijk bestaande achtergronden van de oppositiefracties tot een gezamenlijk “oppositieprogramma” te komen.

In zo’n programma kunnen de ambities worden gebundeld, niet alleen ten aanzien van inhoudelijke beleidspunten, maar ook op het gebied van de voor onze gemeente wenselijke bestuursstijl.

Ik roep daarom de fracties van D66, PvdA en SP op om daarover eens van gedachten te wisselen.

Vragen voor de informateur:

  1. Is het juist dat u voor uw benoeming al opdrachten voor Lokaal Belang heeft uitgevoerd welke betrekking hadden op het samenstellen van de kieslijst en het voeren van “sollicitatiegesprekken” met kandidaat-wethouders?
  2. Hoe bent u, in het kader van uw opmerkingen over “gedoe”, tot de door u in uw verslag expliciet gemaakte overtuiging gekomen dat er spanningen zitten tussen de fracties die nu deel uitmaken van de coalitie? Wat waren die spanningen en wat heeft u gedaan om die geconstateerde spanningen weg te nemen?
  3. Heeft u vanuit één of meer fracties van de zittende coalitie het verzoek bereikt om voor uw verslaglegging een gesprek te organiseren waarbij de huidige coalitiefracties in uw bijzijn de door uw geconstateerde “spanningen” zouden bespreken? Zo ja, waarom heeft u niet aan dat verzoek voldaan?
  4. Wie heeft het initiatief genomen voor het gesprek dat u op vrijdag 13 april met de burgemeester heeft gevoerd? Welke rol heeft een burgemeester volgens u in een informatieproces?
  5. Wat was de inhoud van dat gesprek? Heeft u de burgemeester voorgehouden dat u meent dat hij, in plaats van de vierde wethouder, inhoudelijke portefeuilles op zich moet nemen en, zo ja, wat was daarop zijn reactie?
Zet cookies aan om de video te tonen.